Castellum Valkenburg (ZH)

Uit Limes-wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Castellum Praetorium Agrippinae

Valkenburg terp castellum-CT kl.jpg
Het eerste Romeinse castellum(in huidig Nederland) stamt uit 39/40 na Chr. Een hypothese is dat keizer Caligula bij de bouw zelf aanwezig was of kort daarna het gebied en het fort bezocht. In dat geval zou de naam van het castellum Praetorium Agrippinae nader verklaard zijn, aangezien de naam verwijst naar de in 33 gestorven moeder van de keizer, naar Vipsania Agrippina (De Oudere). De aanwijzing voor een mogelijk keizerlijk bezoek ligt besloten in de vondst van een bodemplank van een Romeins wijnvat waarin zijn inscriptie stond (gevonden in 1941 tijdens de opgravingen van Van Giffen). Het wijnvat is gezien de inscriptie van Caligula's privé-wijngaarden afkomstig en kan in dat geval meegevoerd zijn met de keizerlijke stoet. Een identieke keizerlijke inscriptie werd tijdens de opgravingscampagne in 1995/1996 in de vicus bij het castellum van Vechten gevonden. Het vinden van eenzelfde inscriptie van een naam op twee verschillende plaatsen geldt tot nu toe als een absoluut unicum. Beide vondsten van de keizerlijke inscriptie voeden de hypothese dat Caligula met zijn manschappen daadwerkelijk aanwezig was aan de Nederlandse kust ter voorbereiding van een aanval op Brittannië (nogal smadelijk neergezet in de Romeinse bronnen, waarbij Caligula opdracht zou hebben gegeven schelpen te gaan verzamelen op het Noordzeestrand en hiermee hun zakken en helmen te vullen).

Als kanttekening geldt dat het wijnvat nog geen direct bewijs vormt voor de aanwezigheid van de keizer. Een hooggeplaatste officier of kampcommandant kan natuurlijk evengoed in het bezit van een vat keizerlijke wijn zijn geweest (zie De Hingh en Vos 2009, 91).

Het fort lag in het gebied van de Cananefaten en werd beschermd door een drievoudig omgrachte aarden wal met palissade-wanden. Er waren oorspronkelijk twee manipels soldaten en 60 ruiters gestationeerd. Zuidelijk van het fort langs de heerweg lag vanaf ca. 120 n.Chr. een burgernederzetting en langs de Rijn lagen pakhuizen en graanopslagplaatsen (horrea).

Praetorium Agrippinae werd net als de andere Romeinse forten in de nabijheid verwoest tijdens de Bataafse Opstand van 69-70, maar werd daarna weer herbouwd. Voor 70 was hier deels de Cohors III Gallorum Equitata gestationeerd.

Rond 180 werd een vergroot stenen fort gebouwd. In deze tijd was hier het Cohors IV Thracum Equitata gestationeerd. Ergens tussen 240 en 275 werd het fort door de Romeinen verlaten.

Tijdens de regering van keizer Constantius I Chlorus in 305 werd het fort herbouwd om te dienen als graanopslag. Dit graan was bestemd voor de provincie Britannia (Engeland en Wales).

Bron: De Romeinen in Valkenburg (ZH). De opgravingsgeschiedenis en het archeologische onderzoek van Praetorium Agrippinae. Auteur: A. de Hingh en W. Vos. Jaartal: 2005. Paginanummer: 91. Uitgever: Hazenberg Archeologie Leiden. ISBN 90 8085 344 5

Bron: wikipedia [1]