Gebiedskaart NOVIOMAGUS Nijmegen

Uit Limes-wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

NOVIOMAGUS Nijmegen

Noviomagus is Latijn voor nieuwe markt. De Romeinen gaven deze naam aan verschillende plaatsen in hun rijk. Ulpia Noviomagus Batavorum is de naam van Nijmegen in de laat-Romeinse tijd; het voorvoegsel Ulpia verwijst naar keizer Marcus Ulpius Traianus. Hiermee weten we uit welke tijd de naam dateert. Voorheen stond de plaats bekend onder de naam Oppidum Batavorum.

Rond een legioenplaats (castellum) ontstond vaak een markt waar handel werd gedreven en ambachten werden uitgevoerd. De nederzetting bij een castellum heet een Vicus; het Latijnse woord voor 'wijk' of 'gehucht'.

Noviomagus-9863.jpg Noviomagus-9915.jpg Noviomagus-9928.jpg

Nijmegen was ooit een belangrijke Romeinse plek in Nederland. Dat had te maken met de aantrekkelijke ligging aan de Waal tussen heuvels en bossen en met de aanwezigheid van een hoger gelegen deel dat extra bescherming gaf tegen gevaren over land. Tegelijkertijd was het in de iets lager gelegen delen goed boeren en maakte de Waal handel en verkeer mogelijk. Ruim 450 jaar lang woonden hier soldaten en burgers.

Rond 20 voor Chr. bouwden de Romeinen hun eerste legerplaats in Nijmegen en er zouden nog meerdere legerplaatsen volgen. Kort voor het begin van de jaartelling werd op en rond het Valkhof een nederzetting gebouwd. Dit Oppidum Batavorum is de oudste stad van Nederland en vormde het centrum in het woongebied van de Bataven, die al eerder bondgenoten waren geworden.

Tijdens de Bataafse opstand in 69/70 na Chr. werd de stad verwoest. In het westen van Nijmegen bouwden de Romeinen vervolgens een nieuwe stad, groter en voorzien van tempels en een badhuis. Deze stad heette Ulpia Noviomagus. In het oosten werd, op dezelfde plek waar de Romeinen hun eerste legerplaats hadden, een nieuwe legerplaats gebouwd voor het Tiende Legioen. Aan het eind van de derde eeuw zijn zowel de stad in het westen als de legerplaats in het oosten verlaten. Op het Valkhof verrees een legerplaats, waar in tijden van nood ook de bevolking bescherming kon vinden. Rond 450 na Chr. namen de Franken de macht over. Bron [1][2]