Marskamp Ermelo

Uit Limes-wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Marskamp

Soldaat2 marskamp.jpg Wal marskamp.jpg


Rond 170 na Chr. sloegen Romeinse soldaten, zo'n 6.000 in totaal, hun marskamp op de Ermelosche Hei op. Er is niet veel met zekerheid dan dat de Romeinse soldaten er daadwerkelijk geweest zijn. Uit een tweetal kleine opgravingen blijkt dat het een kamp voor een paar nachten is geweest. Er zijn resten van broodovens gevonden, kuilen in de grond, en scherven Romeins aardewerk. En niet te vergeten, de wal en spitsgracht in ruitvorm bleven zichtbaar.

Doorsnede marskamp.jpg

De contouren van de wal zijn ter hoogte van de parkeerplaats zichtbaar op de heide. De ruitvorm is hier aan de zuidzijde van de Flevoweg N302 op de luchtfoto als walsysteem zichtbaar en in het veld als monument nader gevisualiseerd met doorsnijding van de wal, twee informatiepanelen en de 'eeuwige Romeinse soldaat'.

Soldaat marskamp.jpg

Bron: Informatiepaneel bij het monument.

Achtergrond: Datering en het bijzondere karakter

In het overzicht van het ANWB Archeologieboek Nederland (Van Ginkel en Steehouwer 1998) staat nog 120 na Chr. als marsmoment. De huidige inzichten plaatsen het marskamp dus een halve eeuw later. De verdere omschrijving in dit ANWB reisboek is wel treffend: "Al dat werk voor 1 nacht vergde een maximum aan doordachte regelkunst en als zodanig is dit kamp bij uitstek symbolisch voor het strikt rationeel opererende Romeinse leger." Van Ginkel en Steehouwer stellen zelfs dat het hier feitelijk om het best bewaarde Romeinse monument in oorspronkelijke staat gaat, "terwijl er van de talloze hardstenen muren van de permanente Romeinse forten die in ons land hebben gestaan, boven de grond niets meer zichtbaar is." Van Ginkel en Verhart benadrukken de bijzondere zichtbaarheid nogmaals in het recente overzicht van de Nederlandse archeologie 'Onder onze voeten' (2009). Militaire expedities 'over de Rijn' waren een reeds lang bestaande traditie. Vooral in het begin van de eerste eeuw trokken grote troepenmachten het Overrijnse Germaanse gebied in en natuurlijk is het fort en de slag bij Velsen in 28 na Chr. een bewijs van Romeinse aanwezigheid boven de Rijn, maar op dat moment bestond de limes nog niet als werkelijke grens. Het walsysteem op de hei bij Ermelo is wel het enige directe bewijs voor de uitvoering van grootschalige expedities op het moment dat de limes al lang en breed een begrip was. Het tijdelijke kamp omsluit een terrein van 9 ha., is gelegen op 2 marsdagen van de limes en wordt door Van Ginkel en Verhart in verband gebracht met een woelige periode rond 180 na Chr, waarin de stad Noviomagus werd platgebrand. Voor de derde eeuw zijn er nog te Leusden, dus eveneens ten noorden van de limes, aanwijzingen voor een militaire aanwezigheid, dat ook in verband gebracht wordt met de verdergaande onzekere periode, waarbij de Romeinse heerschappij en de standvastigheid van de limes afbrokkelde.

Hoewel de werkelijke toedracht in het ongewisse blijft, is het marskamp van Ermelo een staaltje Romeins machtsvertoon van de eerste orde en heel bijzonder na bijna tweeduizend jaar nog steeds zichtbaar.

Bron: ANWB Archeologie Reisboek Nederland. Monumenten van het verleden. Auteur: E. van Ginkel en K. Steehouwer. Jaartal: 1998. Paginanummer: 69-70. ANWB bv, Den Haag ISBN 90 18 00854 0

Bron: Onder onze voeten. De archeologie van Nederland. Auteur: E. Van Ginkel en L. Verhart. Jaartal: 2009. Paginanummer: 193-194. Uitgeverij Bert Bakker. ISBN 978 90 351 3207 8