Nederzetting De Horden

Uit Limes-wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederzetting De Horden

Tussen 1977 en 1987 zijn bij de bouw van de woonwijk De Horden sporen van een agrarische nederzetting gevonden. Het gebied, ten westen van de oude kern van Wijk bij Duurstede, is lange tijd bewoond geweest. Zo ook in de Romeinse tijd. Bewijzen hiervan zijn door een dikke overstromingslaag goed bewaard gebleven. Buiten de sporen van bewoning zijn er op deze plek ook grafvelden gevonden. Naast dit alles bestaat het vermoeden dat er paarden zijn gefokt op de Horden.


De bewoners

Contouren van een agrarische nederzetting uit de Romeinse tijd op de Horden

Al in de bronstijd, ruim voor de komst van de Romeinen, moet er bewoning in het gebied zijn geweest. Nadat het gebied enige tijd is verlaten, krijgt het rond 50 v. Chr. nieuwe inheemse bewoners. Een aannemelijke reden voor bewoning van het gebied was de gunstige ligging. Uit bodemonderzoek van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) blijkt dat over een oppervlak van ongeveer veertien hectare een stroomrug gelegen heeft. Dit maakte het gebied uitermate geschikt voor bewoning in combinatie met akkerbouw.

De bewoners bouwden er houten woonstalboerderijen, opslagruimtes voor de oogst, waterputten en afvalkuilen. Van de ontdekte grondsporen zijn plattegronden opgemaakt. Er is inheems aardewerk aangetroffen met daarnaast enkele Romeinse potscherven, munten, dakpanfragmenten en een Mercuriusbeeldje. Dit wijst er op dat de Romeinen belangrijke klanten zijn geweest voor het inheemse volk dat zich had gevestigd in de Horden. De nederzetting heeft zich in de Romeinse periode ontwikkeld tot een groot agrarisch bedrijf en werd in de tweede helft van de eerste eeuw opgenomen in een grootschalig verkavelingspatroon, waarbinnen ook de noordelijker gelegen nederzetting op De Geer kwam te liggen.

Door het graven van greppels werd het grondwater in het gebied op peil gehouden. Desondanks werd de nederzetting geteisterd door overstromingen. Dit is mogelijk de reden geweest dat de bewoners rond 200 na Chr. het gebied hebben verlaten. De bewoners trokken naar drogere gebieden. Ook nam in de tweede helft van de derde eeuw, na het terugtrekken van het Romeinse gezag, de welvaart af.

Grafveld

In de voormalige nederzetting zijn graven gevonden van voor en tijdens de Romeinse overheersing. Waar in de bronstijd de graven zich bevonden op een grafheuvel, werden deze in de Romeinse periode aangelegd op een grafveld langs de toegangsweg tot de nederzetting. De graven waren voornamelijk crematiegraven. Dit soort graven kwamen veelvuldig voor bij zowel de inheemse bevolking als bij de Romeinen. Bij de inheemse bevolking van de Horden werd de as vaak in een kuiltje in de grond begraven. Al was er ook een aantal waarvan het as in aardewerk werd verpakt voordat het begraven werd. Op de plek van de oude grafheuvel zijn sporen gevonden van een zuilengalerij. Dit zou kunnen wijzen op de het bestaan van een inheemse tempel.

Paarden

Door de hoeveelheid gevonden paardenbotten mag men aannemen dat er op grote schaal paarden werden gefokt op de Horden. Een andere aanwijzing hiervoor is het feit dat de weilanden rond de nederzetting in de loop van de Romeinse tijd zijn uitgebreid. Er was continu vraag naar paarden door het Romeinse leger. Het zou om die reden economisch een logische keuze zijn geweest om paarden te fokken.